free website software

EN WIE NIET ZINGT ...

16 december 2017

Sommigen onder jullie zullen het gevoel wel kennen. Nachtwerk dat betekent in de vroege ochtend onder de lakens kruipen en pas na de middag wakker worden. Ik werk al enkele jaren in een volcontinue-systeem, dus deze week viel mij die eer opnieuw te beurt. En gisteren werd ik wakker met een overload aan sms’en en gemiste oproepen. Of ik het nieuws al gelezen had. “Welk nieuws?” dacht ik bij mezelf. Hein die een hele persconferentie zou wenen over Club, onze fans en de scheidsrechters? Dat was toch later in de namiddag?


Het ging over het nieuws dat het CCOJB een brief had gestuurd naar Club Brugge, de Pro League en de KBVB om te melden dat het aanstoot neemt aan een bepaald supporterslied (“En wie niet springt, die is een jood”). Het gaat vooral om het gebruik van het woord ‘jood’. Volgens het CCOJB, aan het woord secretaris-generaal Henri Benkoski, is de context nog al vijandelijk. Dat is voor discussie vatbaar.


Ten eerste gebruiken (Club-)fans het als een soort geuzenaam voor Anderlecht-supporters, net zo goed als Genk-fans smurfen genoemd worden of Gent-aanhangers de bijnaam kwekkers moeten aanhoren en wij zelf de stempel van boeren dragen. Ik denk dat elk weldenkend mens met meer dan 2 hersencellen gerust kan inschatten dat het niet om echte joden, noch smurfen, noch eenden, noch boeren gaat, maar bon. Is te kennen geven dat je geen onderdeel van die andere ‘clan’ wil zijn, door op en neer te springen, een vorm van vijandelijkheid? Ik denk het niet. Als meneer Benkoski graag eens wil weten wat vijandelijke spreekkoren betekenen, dan raad ik hem eens aan de grens over te steken naar Nederland. Alhoewel, ik raad het hem af, want wat daar soms gezongen of geroepen wordt met het woord jood/joden. Dat is pas vulgair en over de schreef. En het huiswerk van meneer Benkoski was niet echt goed gemaakt, want in Engeland durven ze zich wel eens aan anti-semitische/racistische gezangen schuldig maken, vrij recent nog tijdens Leicester-Chelsea in september.


Ik kon me echter niet van de indruk ontdoen dat er iets vreemd was aan deze communicatie. Waarom nu? Deze song wordt namelijk al enkele decennia lang gezongen. Waarom 3 dagen voor de topper Club Brugge - Anderlecht? En dus ben ik maar eens beginnen googelen. En jawel hoor, Henri Benkoski is de vader van Elisha Benkoski. Wie is Elisha Benkoski? Volgens zijn twitter-account een gepassioneerd journalist met interesse voor sport en politiek. Op zijn Facebook staat de meest recente tifo van Mauves Army te blinken als profielcover en hij durft al eens te poseren met Theodorczyk en Spajic. Over de afgelasting van Club - Charleroi had Elisha het volgende te zeggen op Twitter: “La magouille est totale“. Vrij vertaald: “Het gesjoemel is compleet”. We kunnen dus gerust zeggen dat ze ten huize Benkoski een bepaalde voorkeur hebben.


En dus vraag ik me af of het wel toeval is dat dit nieuws net voor de topper Club Brugge - Anderlecht gelanceerd werd. En of het alleen maar in het belang van de joodse gemeenschap was. Het is veelzeggend dat het Vlaamstalige FJO nog al ‘afwezig’ was in de reacties van gisteren.


Want toeval of niet, de laatste weken waren zowel de pers, eigen spelers/trainer als tegenstanders erg lovend over het Brugse publiek. Begrijp me niet verkeerd. Anti-semitische/racistische gezangen hebben geen plaats in het voetbal, eigenlijk nergens, en als er een probleem is, moet het aangeklaagd worden, maar men heeft van een mug een olifant willen maken om Club en haar supporters in een slecht daglicht te zetten onder het mom van. En dat stoort mij enorm.


Tot slot, ik heb wel sympathie voor joden, vooral als ze de voornaam Lior dragen en minuut-93-winnende-doelpunten scoren.

ARM, ARM, ARM BELGIË

9 december 2017

Neen, deze blog gaat niet over het mislopen van het EK in 2020 en de belachelijke soap van zakkenvullers in de Brusselse politiek of bouwpromoterenwereld. Neen, deze blog gaat over hoe de politiek, ordediensten, de pers en sinds kort nu ook (kleine) tegenstanders omgaan met populaire teams en hun fanatieke (uit-)aanhang, met voetbalbeleving tout court.


In de dagen voor de wedstrijd Zulte-Waregem-Club was er op stamnummer3.be (SN3 voor de kenners) en andere fora al kritiek gekomen op het weinige aantal beschikbare uit-tickets. In tegenstelling tot de competitiewedstrijd tegen Zulte-Waregem waren er plots minder tickets voor de bekermatch. Het was er koud, maar bij aankomst toch meteen eens het uit-vak geïnspecteerd. Neen, de koude wind had het vak niet letterlijk doen krimpen. Wat lag er dan wel aan de basis? Niemand die het weet. Wilde gok : Zou de gedeelde recette voor bekermatchen er misschien voor iets tussen zitten ... .


Over de wedstrijd zelf is al veel geschreven en gepalaverd, dus we houden het kort. Club komt op voorsprong. Na de rust zet het blauw-zwarte bezoekersvak “IVAN LEKO’S BRUGES ARMY!” in en plots is er heen en weer geschuif in de thuisvakken. Een 200-tal supporters in de tribune achter doel en een 50-tal in de zij-tribune schuiven tegen de glazen wanden van het uit-vak aan om mee te brullen. Niet agressief, wel indrukwekkend. Bon, Zulte-Waregem komt op 2-1, nadien volgt de 2-2 van Dennis en diezelfde Dennis maakt er nog 2-3 van. Iedereen is lovend over de Brugse support (trainer, spelers, pers). Case closed zou je denken.


Enkele dagen later was ik op de terugweg van de Kehrweg in Eupen, ook al een team dat liever een lege thuis-tribune ziet, toen ik op mijn GSM een foto zag passeren op de sociale media van tijdens de wedstrijd Zulte-Waregem v AA Gent. Een spandoek met de volgende slagzinnen: ‘BEZOEKERS IN DE THUISVAKKEN. FANS OP HUN ONGEMAKKEN. POLITIE GRIJPT NIET IN. EIGEN FANS PESTEN ZIJN ZE BETER IN.’


What-the-actual-fuck moet dat voorstellen? Bezoekers in de thuisvakken? Ja, niet onlogisch als je er een pak kaarten aftrekt in vergelijking met de competitiematch. Wat hadden ze gedacht? Dat het Brugse publiek dan maar thuis blijft? Blijkbaar zijn ze de hoeken aan het dicht bouwen van het Regenboogstadion. Wel, eerlijk gezegd, misschien toch maar beter de werken stoppen, want de tribunes, die er nu al staan, vullen is blijkbaar een serieuze opdracht in Waregem. Maar wel met 12.000 naar Brussel voor de Bekerfinale vorig jaar, dan is plots #IedereenEssevee. Fans op hun ongemakken? Hoe zo? Worden ze in Waregem ongemakkelijk van een luide, krachtige, passionele support? Toen het 2-1 werd via Leya-Iseka vlogen de vingertjes op de mond en de handjes achter de oren. Zo ongemakkelijk leken de fans van Zulte-Waregem het op dat moment niet te hebben. Misschien na de match, omdat ze te vroeg victorie hadden gekraaid en zich een beetje schaamden.


Is het een verassing dat men in Waregem, Kortrijk, Eupen, ... en zelfs bij de topteams rare gedachten begint te krijgen als het aankomt op bezoekende fans? Neen, niet echt. Vanuit verschillende hoeken zijn er bepaalde percepties die in stand worden gehouden.

De Belgische politiek heeft voor de eeuwwisseling de fameuze voetbalwet in het leven geroepen. Een systeem om hooliganisme sneller, kordater te kunnen aanpakken. Het systeem wordt te pas en te onpas misbruikt. Hieronder een voorbeeld uit een wetsvoorstel van vorig jaar voor een aanpassing van de voetbalwet :


Artikel 20. In dit artikel worden bestraffingen van alle categorieën ingesteld. Een bestraffing met categorie 1 wordt gegeven aan personen die in een opwelling, uit supportersdrang, bepaalde handelingen of acties treffen. Hierbij wordt gedacht aan het tonen van een middelvinger, het scanderen van beledigingen (bv. buffalo kwek kwek). Opgemerkt dient te worden dat deze spontane supportersreacties niet het oogmerk mogen hebben om de wedstrijd te verstoren. Het aanzetten tot slagen en verwondingen, haat of woede blijft sanctioneerbaar zoals de huidige voetbalwet dit stipuleert.


Oordeel zelf maar hoe geschift bovenstaand voorstel is. Hoe ver de politiek staat van voetbalbeleving, dat zelfs jennend gezang (buffalo kwek kwek) niet meer zou kunnen.


IBZ Voetbalcel pakt graag uit met cijfers, maar als er gevraagd wordt of de cijfers kunnen gecategoriseerd worden in fysieke agressie, verbale agressie, gebruik van pyrotechnisch materiaal of provocatie (Ja, dat kan een simpele middenvinger zijn, niet fatsoenlijk akkoord, maar is een stadionverbod daar echt voor nodig?) of andere dan kan dat plots niet wegens te moeilijk. Tuurlijk niet, dan zou iedereen zien dat hooliganisme zoals in de jaren ‘80 en ‘90 is uitgedoofd. Wat men ook probeert te beweren. Zelfs na Club-Antwerp van dit jaar. Veldslagen zoals Koude Keuken zijn slechts herinneringen, die een plaats hebben gevonden in een nostalgisch boek, maar geen wekelijkse realiteit meer in 2017.


Dan hebben we tot slot ook nog de politie, uw vriend. Zij veralgemenen graag. Als Club ergens op bezoek komt dan zijn de politionele maatregelen meestal zo groot als of er 1000 hooligans meegereisd zijn. Nog al een geluk dat wij wel kunnen nuanceren of we zouden gaan denken dat elke flik een crimineel is. Een kleine bloemlezing van de laatste 3 jaren: drugs, illegale speelzaal, ongewenste intimiteiten in Oost-Vlaanderen - identiteitsgegevens burgers stelen om te gokken, illegalen afpersen in Antwerpen - geweld tegen daklozen, verzekering oplichten, diefstal met geweld in Brussel - schriftvervalsing in West-Vlaanderen - mazoutfraude in Limburg. Ik ga er nog altijd van uit dat 95% van de agenten hun job wel correct doet en er altijd en overal wel eens een rotte appel tussen zit. Dus beste vrienden van de politie, wil je zo ook eens voetbalsupporters benaderen? We zijn niet allemaal hooligan.


De pers speelt ook een belangrijke rol in dit hele gebeuren. Sensatie verkoopt. Dat is jammer, want er bestaat nochtans goeie onderzoeksjournalistiek. Zie naar de Panama en Paradise papers, waar ook Belgische journalisten aan meeschreven of de reportages van Pano. Nu valt de discussie quasi altijd in het argument “Ja, maar het zijn allemaal hooligans. De veiligheid van de brave huisvader, die met zijn gezin naar het voetbal wil komen kijken, staat op het spel. Dus is alles gerechtvaardigd.”. Neen, helaas, zo simpel is het niet.


Het draait telkens weer om geld. IBZ Voetbalcel brengt veel op aan boetes. Logisch ook, want vele fans wegen de kosten van een advocaat (+ - 800 euro voor een hele beroepsprocedure) af tegenover de geldstraffen (meestal variërend tussen 300 en 1000 euro) en kiezen vaak, zelfs als ze onschuldig zijn, om gewoon te betalen, te zwijgen en de stadionverboden er gratis bij te nemen. De politie moet natuurlijk verantwoording afleggen waarom ze voor bepaalde matchen zoveel kosten moet maken en als dan blijkt dat de uit-fans, zoals Antwerp op Club, zich relatief rustig houden, dan durven er al eens vreemde dingen te gebeuren in (Waarom in godsnaam werd er afgeroepen tijdens de match dat het Antwerp-vak 10 minuten langer moest blijven zitten?) en rond een voetbalstadion. En de pers smult van een goed robbertje vechten in de kranten, want dat verkoopt. Met andere woorden, het centraal staan van de veiligheid van de gewone voetbalfan is een illusie en dan nog wel eentje die geld opbrengt.


Arm, arm, arm België, ... met zijn duizenden hooligans en zonder Nationaal stadion.


MAG ER NOG EMOTIE ZIJN?

16 oktober 2017

Wat hebben Anthony Limbombe, Andres Iniesta en Lionel Messi gemeen? Ja, u kan het al raden. De winning-goal scoren, truitje uitzwieren en geel incasseren. Toegegeven, de finale van het WK of de Spaanse Classico is nog iets anders dan, met alle respect, een uit-wedstrijd op KV Oostende. Maar mag er nog emotie zijn, ja?


In Het Nieuwsblad vandaag stond in een column te lezen dat de respectievelijke schrijver zijn hemd ook niet uittrekt na het schrijven van een topstuk. Wel, veel harder kan je een bal niet misslaan. Een doelpunt maken, is altijd leuk, maar in ‘the dying seconds’? Is het dan echt niet te begrijpen dat je even, door pure adrenaline, jezelf volledig verliest in het moment? Een wedstrijd beslissen in de slotseconden, dat is een heerlijk gevoel. Dat is even weg zijn van de wereld.


Ik heb het geluk gehad, zij het op een iets bescheidener niveau, dat enkele keren te mogen meemaken, maar ik vrees dat de schrijver nooit in deze bevoorrechte positie gezeten heeft, noch de scheidsrechter, want anders maak je geen vergelijking tussen appelen en peren of trek je geen gele kaart.


Jerome Nzolo ging ook ooit eens een gele kaart geven voor het uittrekken van het shirt na een doelpunt. Het was het doelpunt van Ivan Leko in de afscheidsmatch van François Sterchele. Leko trok zijn shirt met nummer 23 uit, legde het op de grond, knielde en sloeg zijn handen ten hemel. Gelukkig wezen de Westerlo-spelers Nzolo erop dat het niet het moment was om de regeltjes letterlijk toe te passen. Nzolo liet begaan, maar ging toch even tegen Leko zeggen dat het niet meer mocht. Dat is nu bijna 10 jaar geleden, maar ik vrees dat het gezond verstand nog altijd niet doorgedrongen is in het scheidsrechterskorps.


Ja, maar, dat zijn nu éénmaal de regels hoor ik de regelnichten in de verte al roepen en vermanend met het vingertje wijzen. De meest dwaze regel ooit in de geschiedenis van de sport. Even dwaas is het verbod om te vieren met de fans. Dat mocht Raheem Sterling aan den lijve ondervinden in het begin van het seizoen toen hij de winner lukte voor Man City en dat aan de boarding ging vieren met de meegereisde fans. Mike Dean schoof hem zijn 2e gele kaart onder de neus.


Trouwens, wie heeft die dwaze regel ooit uitgevonden? De volgevreten bobo’s van de FIFA uit Zürich. Zouden ze überhaupt wel weten of een bal vierkant of rond is? En zijn dat de mannen waar we slaafs elk opgelegd regeltje van gaan slikken? Zwarte maatpakken die niet eens beschaamd zijn dat malafide organisatiecomités werknemers, soms zelfs tot de dood, laten uitbuiten in de rush van megalomane stadionprojecten voor het WK voetbal. Gangsters die graag graaien in geldpotten en niet vies zijn van een omkoping meer of minder.


Tot slot, graag een oproep aan alle voetballers ter wereld. Bij elke belangrijke goal of meedogenloos schoon doelpunt, trek dat shirt uit! Spring over de boarding en vier het met de fans! Tot de dag dat emotie weer als normaal wordt beschouwd in onze prachtige volkssport genaamd voetbal.


HEERLIJK TOCH, JOH?

17 september 2017

Rudy Willem Vormer, voor de voetbalwereld ‘Ruud’ Vormer. Geboren op 11 mei 1988 te Hoorn. Kleine Ruud zet zijn eerste stapjes in het voetbal bij De Blokkers in het hoge Noorden van Nederland. Via Hollandia, ook een amateurclub uit de gemeente Hoorn, komt hij terecht in de jeugdopleiding van AZ.


Op 18-jarige leeftijd volgt dan het officiële debuut onder de vleugels van niemand minder dan Louis Van Gaal. Na 2 seizoenen proeven van het profvoetbal mag Ruud transfervrij vertrekken naar Roda JC. Na 4 voetbaljaargangen heeft Ruud 128 wedstrijden en een stuk of 9 goals achter zijn naam staan voor de Limburgse club uit Kerkrade. Elftal van het jaar, een bronzen schoen op het gala van Profvoetballer van het jaar, ... kleine Ruud is groot geworden en klaar voor de stap naar een topclub. Feyenoord klopt aan de deur, maar een echt succesverhaal wordt het niet.


Op 1 september 2014 staat Rudy Willem Vormer aan de poorten van Jan Breydel. Blond haar achteruit golvend en strak in de gel. Hollandse zelfverzekerdheid, recht voor de raap. Klaar voor revanche. In zijn eerste seizoen voor Blauw-Zwart staat Ruud 7 keer aan het kanon in de Belgische Jupiler Pro League. Het winnende doelpunt in de kraker tegen de mauve in de PO’s van 2015 maakt Vormer voor het eerst een beetje cultheld. Dat en zijn (h)eerlijke interviews, maar vooral zijn mentaliteit op het veld. Borst vooruit en het truitje nat maken, iets waar Club-fans van houden. Ook in de verloren (titel)wedstrijd tegen kwek brengt hij Club 2x op gelijke hoogte. De 2-2 met een fraaie omhaal zelfs. En op dat moment zie je meteen wat Vormer typeert. Terwijl iedereen juicht, loopt Ruud als een gek naar de middenstip. Altijd op zoek naar de overwinning. Het vechtersbaasje in Ruud Vormer.


De naam Ruud Vormer valt een eerste keer vorig jaar in de PO’s. “Wat als Björn Engels deze zomer vertrekt?”. Ruud Vormer moet het worden, klinkt het unaniem. Op 31 augustus vertrekt Björn Engels naar Olympiakos. Anderhalf uur later is de knoop al doorgehakt. Ruud wordt de eerste buitenlander ooit die de eer krijgt om Blue Army te vertegenwoordigen. Niet omdat hij populair is of het een populaire beslissing zou zijn, maar omdat Ruud Vormer altijd voorop gaat in de strijd. Bekerwinnaar in 2015, Kampioen in 2016, aanvoerder sinds dit seizoen en sinds vandaag ook Blue Army-peter. Heerlijk toch, joh?


MEESTER, ZE DOEN HET WEER!

09 september 2017

De transferperiode is alweer achter de rug. Het prille begin van de herfst is in aantocht. Ja, het is september en de kindjes mogen weer naar school. Zo ook bij onze nationale pers blijkbaar. Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws zijn toch kranten die pretenderen kwaliteitsvol te zijn. Aan de hand van de voorbije weken, maanden, jaren heb ik daar toch sterke twijfels bij.


‘400.000 euro boete als Perbet of Rotariu speelt tegen Club’ kopte HLN deze week. ‘Club doet het wéér’ op de voorpagina van het sportkatern bij Het Nieuwsblad. Daar deden ze er nog een schepje bovenop en werd zelfs een rondvraag gedaan bij alle clubs die huurlingen hebben van Blauw-Zwart om te weten te komen welke prijs er werd afgesproken. Meteen werd er aan vastgehangen dat geen enkele andere Belgische club zulke constructies hanteert in zijn huurtransfers.


Zwakke journalistiek. Om te beginnen is een clausule in een huurtransfer geen boete, maar een overeenkomst tussen 2 partijen dat als aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt er een correcte prijs tegenover staat. Ik mag er toch vanuit gaan dat Zulte-Waregem, Moeskroen, Kortrijk en hun vertegenwoordigers dit getekend hebben met volle verstand en zonder dat Vincent Mannaert een pistool tegen hun slaap hield? Wel dan, get over it.


Bovendien mogen deze spelers opgesteld worden van Club Brugge. In tegenstelling tot wat er in Extra Time beweerd werd toen Zulte-Waregem Sander Coopman niet ‘mocht’ opstellen tegen Club Brugge. Correcter zou zijn: niet ‘wou’ opstellen, omdat het dan met geld over de brug moest komen. Zielig noemde Jan Mulder het. Beste Jan, ze mogen dus wel spelen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het pré-speelverbod-tijdperk toen jouw ploeg wel zijn huurtransfers verbood om te spelen tegen hun broodheer. Hoeveel op de schaal van zielig zou je dat schatten, Jan?


Nu we toch over ethiek en mauve bezig zijn (raar om die 2 woorden in één zin te zien). Wist je dat Anderlecht Ibrahima Conté aan Zulte-Waregem verhuurde en Zulte-Waregem een bonus kreeg als Anderlecht kampioen zou spelen? Hoeveel spelers van Anderlecht zijn er verhuurd in het verleden, die op de loonlijst van Anderlecht nog stonden en dus ook een persoonlijke bonus kregen bij een titel? Waarom stond de pers toen niet op de barricades?


De mauve zijn er natuurlijk nooit vies van geweest om legale ‘omkoping’ toe te passen. Zo kregen in de jaren ’60 en ’70 de tegenstanders van andere titelconcurrenten, die toch niets meer op het spel hadden staan, motivatiepremies in de laatste wedstrijden van het seizoen. Ethisch verantwoord? Ach, zelfs illegale omkoping bleek geen brug te ver voor Constant Van den Stock. Lenen bij Van den Stock is als lenen bij een vriend en dan nog wel onder de toepasselijke slogan : Pas op, lenen kost geen geld!


Dus Rotariu, Perbet, Acolatse en zelfs Coopman mogen meespelen tegen Club Brugge, maar mits een vergoeding. Wie dat niet vindt kunnen, moet zich maar eens de vraag stellen of het onlogisch is dat je geld vraagt voor het gebruik van je eigendom. Blue Army zoekt nog een grote, leegstaande loods. Benieuwd of we ze gratis gaan vinden, want ja, wat niet gebruikt wordt, moet gratis weggegeven worden volgens onze nationale sportpers.


IK BEN VOOR CLUB

05 augustus 2017

Al sinds mijn geboorte ben ik voor Club. De Club van Brugge. Blauw-Zwart, een mooiere kleurencombinatie bestaat er niet, toch? De liefde voor Club is onvoorwaardelijk. In goeie en in slechte tijden, altijd voor Club. Soms krijg ik de vraag hoe het zover is gekomen. Het antwoord is simpel : van vader op zoon doorgekregen.


Als kind was die liefde vooral een soort blind vertrouwen in Club. Op de speelplaats is het tussen kinderen altijd een opbod over wie de beste ploeg is. Hoongelach van de klasgenootjes bij een nederlaag, maar desondanks altijd voor Club. De ontgoocheling/euforie was dan des te groter als het niet/wel lukte om op het einde van het seizoen de titel te pakken.


Als tiener begin je alles in vraag te stellen, te rebelleren zelfs. Trainers of spelers moeten het ontgelden als Club niet goed speelt. Bestuursleden moeten opzij als Club geen prijs pakt. En als Club dan wel goed speelt en prijzen pakt, dan is dat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. En toch, wat er ook gebeurt : altijd voor Club.


Als volwassene doorloop je die periodes meestal in sneltempo. Bij een nieuwe trainer of een nieuwe speler is er dat blind vertrouwen, maar dat kan snel omslaan. Je kijkt vooruit, je analyseert, je vergelijkt met het verleden. En je maakt een oordeel over wie of wat de oorzaak kan zijn. Zelfs als de voorspellingen tegenvallen, altijd voor Club.


Altijd voor Club. Met die mentaliteit ga ik elke keer naar Club gaan kijken. En dat is iets wat me van het hart moet. Waarom wordt er de laatste jaren zoveel gefixeerd op andere teams? Mijn supportershart bloedt als ik op de fandag de Noord anti-Buffalo of anti-mauve liedjes hoor zingen en geen “Hand in Hand, kameraden!”. Zelfs tijdens de Brugse Metten of de laatste away op Lokeren. Ja, Perbet is een ex-Buffalo en ja, Lokeren is niet beste vriendjes met Kwek. Who cares? WE ARE BRUGES!


Tuurlijk mag er gelachen worden met de concurrentie en tuurlijk mag er kritiek komen op beleid of keuzes van trainers, bestuursleden, spelers van Club. Nee, het moet zelfs, maar op de juiste momenten. Zodat Club er beter/groter van wordt. Van zodra de scheids de wedstrijd op gang blaast tot aan het laatste fluitsignaal, dan is het altijd voor Club! Wat er ook gebeurt.


Dat er in de wedstrijden tegen Kwek of mauve dan eens anti-gezang is, ook dat moet. Zelfs tot op of over het randje, maar toch niet tegen godbetert Lokeren of dit weekend Eupen? Daarom kameraden, morgen hand in hand voor de eerste thuismatch van Blauw-Zwart. Want een mooiere kleurencombinatie bestaat er toch niet? Dat heb ik althans zo toch doorgekregen van mijn vader.

PRIDE AND PASSION

08 juli 2017

16 september 2003. Een doodgewone dinsdagavond zou je denken, maar om 20u43 gebeurde er iets speciaal. Iets wat de rest van mijn blauwzwarte supporterscarrière zou bepalen. En ook die van Blue Army. De openingsspeeldag van de Champions League was sowieso al een unieke belevenis. Die hymne en dat grote ronde spandoek op de middencirkel. Wetende dat heel Europa meekeek. Tegenstander was Celta de Vigo.


Enkele jaren ervoor hadden we een abonnement in de 214, maar ons moeder was de slechte weersomstandigheden een beetje beu geworden en wou naar de Noord-boven verhuizen. Goed, 224 werd het dus. Bedankt, moeder! Op die zomerse dinsdagavond in 2003 zakten we dus af voor een potje Champions League voetbal. Toen we aankwamen op onze plekken hing er een gekleurd blad op onze stoel. Mijn broer en ik hadden een wit papier, mijn moeder en vader een blauw exemplaar. Vreemd, wat kan hier de bedoeling van zijn? Opwarming, stress die opbouwt naar het begin van de match. Om exact 20u43 start de hymne. Rond ons begint de ene na de andere zijn geplooid blad open te vouwen en de lucht in te steken.


Blue Army was op dat moment 5 jaar oud en vooral gekend voor zijn passioneel enthousiasme tijdens het zingen op matchdagen. Af en toe ook eens tegen bestuurlijke schenen schoppen, uiteraard. En het fanzine om de supporter een stem te geven, maar ook zelf af en toe een geweten te schoppen (Wie herinnert zich de quoteringen van het publiek nog?). Dit was echter van een ander niveau qua sfeerbeleving. Dit was uniek en ik weet nog dat ik als kind achteraf op school heel fier ging vertellen tegen mijn maatjes dat ik een onderdeel was geweest van een tifo. Zij hadden echter geen flauw idee waarover het ging, want toen zaten internet en sociale media nog in het stenen tijdperk vergeleken met nu.


In de jaren die volgden op die bewuste 16 september is Blue Army zich verder blijven ontwikkelen. Tifo’s over meerdere tribunes, vlaggenacties, spandoeken, sfeeracties over het hele stadion. Zelfs wisseltifo’s en recent nog een stadion-wisseltifo. Elke keer weer een beetje beter, een beetje groter. En het meest fantastische gevoel daarbij als fan is dat je elke keer opnieuw een onderdeel bent van die familie. Of dat nu is door Blue Army te steunen door het kopen van een lidkaart, te komen helpen tijdens de voorbereidingen van een actie of door gewoonweg te zwaaien met een vlag of het openplooien en omhoogsteken van je tifoblad.


Winnen of niet, maar bij elke sfeeractie heb ik nog elke keer datzelfde gevoel van toen. Fierheid! Trots om onderdeel te zijn van de Clubfamilie. En niet onbelangrijk, een invloed te hebben op die 11 helden op het veld. We doen het niet om de pers te halen, maar om die 11 spelers in blauwzwart zichzelf te laten overstijgen. Om de tegenstander te tonen voor de match “Hier kunnen jullie niks komen rapen!”.


Blue Army heeft mijn jeugd en mijn supporterscarrière blauwzwart gekleurd. Bedankt, Bollie! Bedankt, Geert! Bedankt aan iedereen die de afgelopen 19 jaar een actieve rol heeft gespeeld bij Blue Army! Ik hoop dat ze ooit hetzelfde kunnen zeggen over ons, dat we kleur gegeven hebben aan de jeugd van nieuwe generaties Clubfans.