design your own website for free

MAG ER NOG EMOTIE ZIJN?

Birger Vandendriessche - 16 oktober 2017

Wat hebben Anthony Limbombe, Andres Iniesta en Lionel Messi gemeen? Ja, u kan het al raden. De winning-goal scoren, truitje uitzwieren en geel incasseren. Toegegeven, de finale van het WK of de Spaanse Classico is nog iets anders dan, met alle respect, een uit-wedstrijd op KV Oostende. Maar mag er nog emotie zijn, ja?


In Het Nieuwsblad vandaag stond in een column te lezen dat de respectievelijke schrijver zijn hemd ook niet uittrekt na het schrijven van een topstuk. Wel, veel harder kan je een bal niet misslaan. Een doelpunt maken, is altijd leuk, maar in ‘the dying seconds’? Is het dan echt niet te begrijpen dat je even, door pure adrenaline, jezelf volledig verliest in het moment? Een wedstrijd beslissen in de slotseconden, dat is een heerlijk gevoel. Dat is even weg zijn van de wereld.


Ik heb het geluk gehad, zij het op een iets bescheidener niveau, dat enkele keren te mogen meemaken, maar ik vrees dat de schrijver nooit in deze bevoorrechte positie gezeten heeft, noch de scheidsrechter, want anders maak je geen vergelijking tussen appelen en peren of trek je geen gele kaart.


Jerome Nzolo ging ook ooit eens een gele kaart geven voor het uittrekken van het shirt na een doelpunt. Het was het doelpunt van Ivan Leko in de afscheidsmatch van François Sterchele. Leko trok zijn shirt met nummer 23 uit, legde het op de grond, knielde en sloeg zijn handen ten hemel. Gelukkig wezen de Westerlo-spelers Nzolo erop dat het niet het moment was om de regeltjes letterlijk toe te passen. Nzolo liet begaan, maar ging toch even tegen Leko zeggen dat het niet meer mocht. Dat is nu bijna 10 jaar geleden, maar ik vrees dat het gezond verstand nog altijd niet doorgedrongen is in het scheidsrechterskorps.


Ja, maar, dat zijn nu éénmaal de regels hoor ik de regelnichten in de verte al roepen en vermanend met het vingertje wijzen. De meest dwaze regel ooit in de geschiedenis van de sport. Even dwaas is het verbod om te vieren met de fans. Dat mocht Raheem Sterling aan den lijve ondervinden in het begin van het seizoen toen hij de winner lukte voor Man City en dat aan de boarding ging vieren met de meegereisde fans. Mike Dean schoof hem zijn 2e gele kaart onder de neus.


Trouwens, wie heeft die dwaze regel ooit uitgevonden? De volgevreten bobo’s van de FIFA uit Zürich. Zouden ze überhaupt wel weten of een bal vierkant of rond is? En zijn dat de mannen waar we slaafs elk opgelegd regeltje van gaan slikken? Zwarte maatpakken die niet eens beschaamd zijn dat malafide organisatiecomités werknemers, soms zelfs tot de dood, laten uitbuiten in de rush van megalomane stadionprojecten voor het WK voetbal. Gangsters die graag graaien in geldpotten en niet vies zijn van een omkoping meer of minder.


Tot slot, graag een oproep aan alle voetballers ter wereld. Bij elke belangrijke goal of meedogenloos schoon doelpunt, trek dat shirt uit! Spring over de boarding en vier het met de fans! Tot de dag dat emotie weer als normaal wordt beschouwd in onze prachtige volkssport genaamd voetbal.


STAND UP FOR THE BRUGES BOYS

Jim Neyt - 29 september 2017

De media, ze zijn altijd aanwezig wanneer het zowel goed als slecht gaat. Ze kunnen een ploeg de hemel in prijzen maar evengoed met de grond gelijk maken. Toch vond ik het opvallend dat voor de propagandawedstrijd op Mambour in bepaalde voetbaltalkshows zoals Extra Time en VISTA er amper iets werd gezegd over de positieve resultaten van Blauw Zwart. Natuurlijk ging de aandacht naar andere ploegen die steken lieten vallen zoals Oostende en Gent die vorige zomer nog Europese voorrondes mochten spelen net als Club Brugge maar het daar lieten afweten. Ivan Leko wist dan ook dat die uitschakeling hem de rest van het seizoen ging achtervolgen en men met argusogen ging bekijken. Maar Brugge herpakte zich in tegenstelling tot de kustploeg en de indianen waar Hein met zijn gekende handelsmerk voor de laatste keer zijn spelers uitzwaaide. Jammer Hein, we hadden het nochtans met plezier in jouw plaats willen doen nu zondag.


En inderdaad, de voorgaande wedstrijden waren niet van een hoogstaand niveau maar toch pakten we de punten. Zoals de tweede helft te Jan Breydel tegen de troepen van Yannick Ferrera, die eigenlijk niks meer voorstelde. Onderling begon er gemor te weerklinken in de tribunes en al hadden we opnieuw die 3 punten op zak toch ging je met een apart gevoel huiswaarts. Want als supporter mag wat zeg ik moet je kritisch zijn voor je ploeg. Er zijn altijd wel zaken die beter kunnen maar daarin moet je als ploeg groeien en dat gebeurde ook. Wat vooral de eerste helft op Charleroi illustreerde met dominant voetbal waar je op verplaatsing de tegenstander bij de keel grijpt en daardoor kansen creëert. Zo vallen de puzzelstukjes in elkaar en geraken de spelers vertrouwd aan het nieuwe systeem. Het was dan ook heerlijk om in de voetbalwebcast VISTA van Het Laatste Nieuws en Proximus 11 uit de mond van mauve manager Herman Van Holsbeeck het volgende te horen : “We kunnen er niet rond dat Club Brugge voor het ogenblik een machine is die elke wedstrijd wint.”. We mogen natuurlijk niet vergeten dat onze competitie een langgerekte voorbereiding is op de Plays-offs waar in tussentijd nog naar warmere oorden word gegaan op winterstage.


Nu, zondag staat voor het eerst Blue Army Day op het programma. Blue Army is ontstaan door Club-fans zoals jij en ik, die hun trouw en enthousiasme willen overbrengen in het stadion. Die fantastische tifo’s, waarbij duizenden supporters met trotsheid en gestrekte armen hun passie tonen, die worden gerealiseerd door vrijwilligers. Respect! Of twee jaar op rij voor een inferno te zorgen om u tegen te zeggen waar we met zen allen voor de wedstrijd tegen de Brusselse onze spelers oppeppen en iedereen de adrenaline door zijn lichaam voelt gieren. Hemels! Zondag willen we dan ook deze boodschap extra kracht bijzetten, want we blijven staan voor positief en passioneel supporteren. Zou het dan ook niet mooi zijn om dan in de 12de minuut allen recht te staan en luidkeels te zingen “Stand up for he Bruges boys” waar je om je heen kijkt en dezelfde passie waarneemt bij zowel jong als oud. Want de supporter naast je in de tribune waarmee je ooit in contact bent gekomen door dit spelletje, ja dat is de 12de man!


HELP! LEEDVERMAAK-ALARM

Fillou - 27 september 2017

Weet je waar ik bang van ben? Van leedvermaak. Het soort leedvermaak dat nadien als een Australisch werphout recht in je gezicht terugkeert, om exact te zijn. Maar het is echt niet makkelijk, eigenlijk zelfs zo goed als onmogelijk, om er dezer dagen niet heel even aan toe te geven. Eén ongecontroleerd moment van over-enthousiasme op sociale media, één slip-of-the-tongue aan de toog, één jolige kwinkslag bij de collega’s kan genoeg zijn om volgende week, binnen twee maanden of aan het einde van ’s lands voetbal play-offs het deksel pijnlijk op de neus te krijgen. En ik ben een man. Dus ben ik bang van pijn.


Maar je moet tegenwoordig als Clubsupporter toch over een bijzonder flinke dosis zelfcontrole beschikken om de voetjes op de grond en de mond dicht te houden. We herinneren ons allemaal de vrolijke fratsen van onze goeie vriend Hein die het bij de voorstelling van zijn indianenstam op de Gentse feesten nodig vond om te lachen met onze nul op achttien in de CL . “We weten na vorig jaar hoe moeilijk het is om nog maar één puntje in de Champions League te halen”, aldus hij-die-gaarne-met-zijn-armen-zwaait. Hij heeft nu zes punten in de Jupiler Pro League. Na acht gespeelde matchen. Dat is niet echt “vree wijs”. Maar wij zwijgen.


We herinneren ons ook de euforie in en om het Astridpark toen vorig jaar het lokale keurkorps de titel pakte. Het paarswitte volk had zich in de loop van het seizoen danig geroerd en schreeuwde halfweg de voetbaljaargang om het rituele slachten van hun met veel poeha ingelijfde topcoach. Maar Teo de Pool scoorde en trok hen uit het moeras. En zo keerde op de tonen van “We are anderl….” de arrogantie terug. De grote stap voorwaarts was gezet. Herman en Roger riepen in koor dat we dit jaar weer het echte rwajal sporting klup terug gingen zien. Paul Van Himst en Eddy Merckx knikten op de achtergrond geestdriftig. Intussen zitten hun topaankopen en huurlingen op de bank en is Weiler weg. Ze hebben drie keer gewonnen, maar moeten zich vooral troosten met de insidersverklaring dat de trainingen van hun potenzagende interimcoach top zijn. Maar wij zwijgen.


En intussen staat Club alleen aan de leiding van de voetbalcompetitie. Ja, we zijn Europees uitgeschakeld en iedereen met een blauwzwart hart krijgt een flinke opstoot van maagzuur als dat debacle nog ergens aangehaald wordt. Maar we groeien. En we blijven groeien. En dat zonder spraakmakende miljoenentransfers. Met een coach waar vriend, maar vooral vijand nogal lacherig over deed. Door alle kenners, in alle kranten en op alle zenders, afgeschreven als titelkandidaat. Club had de trein gemist. Er waren zelfs wat twijfels over het halen van Play-off 1. Genk zou ons tonen hoe modern voetbal gespeeld wordt. Gent en Anderlecht waren dé twee titelkandidaten, want kochten heel sterk in. En houd maar rekening met het gezonde bouwen van Zulte-Waregem en Charleroi. Nee, Club Brugge, dat zou niets worden dit jaar. Maar wij zwijgen.


Zondag komen Hein en zijn buffalo’s bij ons met de staart tussen hun benen op bezoek. Als hij er als opperhoofd nog zal bij zijn. Het is ongetwijfeld heerlijk om hem joelend en armen-zwaaiend naar de uitgang te begeleiden. Maar hopelijk komen er ook mooie gelegenheden om onze eigen coach te loven. We zijn twee maanden ver en ik vat hem heel graag in één woord samen: klasse. Daarover moeten we, als je ’t mij vraagt, helemaal niet zwijgen. Dat is geen leedvermaak. Dat is iemand geven wat hij verdient.


HEERLIJK TOCH, JOH?

Birger Vandendriessche - 17 september 2017

Rudy Willem Vormer, voor de voetbalwereld ‘Ruud’ Vormer. Geboren op 11 mei 1988 te Hoorn. Kleine Ruud zet zijn eerste stapjes in het voetbal bij De Blokkers in het hoge Noorden van Nederland. Via Hollandia, ook een amateurclub uit de gemeente Hoorn, komt hij terecht in de jeugdopleiding van AZ.


Op 18-jarige leeftijd volgt dan het officiële debuut onder de vleugels van niemand minder dan Louis Van Gaal. Na 2 seizoenen proeven van het profvoetbal mag Ruud transfervrij vertrekken naar Roda JC. Na 4 voetbaljaargangen heeft Ruud 128 wedstrijden en een stuk of 9 goals achter zijn naam staan voor de Limburgse club uit Kerkrade. Elftal van het jaar, een bronzen schoen op het gala van Profvoetballer van het jaar, ... kleine Ruud is groot geworden en klaar voor de stap naar een topclub. Feyenoord klopt aan de deur, maar een echt succesverhaal wordt het niet.


Op 1 september 2014 staat Rudy Willem Vormer aan de poorten van Jan Breydel. Blond haar achteruit golvend en strak in de gel. Hollandse zelfverzekerdheid, recht voor de raap. Klaar voor revanche. In zijn eerste seizoen voor Blauw-Zwart staat Ruud 7 keer aan het kanon in de Belgische Jupiler Pro League. Het winnende doelpunt in de kraker tegen de mauve in de PO’s van 2015 maakt Vormer voor het eerst een beetje cultheld. Dat en zijn (h)eerlijke interviews, maar vooral zijn mentaliteit op het veld. Borst vooruit en het truitje nat maken, iets waar Club-fans van houden. Ook in de verloren (titel)wedstrijd tegen kwek brengt hij Club 2x op gelijke hoogte. De 2-2 met een fraaie omhaal zelfs. En op dat moment zie je meteen wat Vormer typeert. Terwijl iedereen juicht, loopt Ruud als een gek naar de middenstip. Altijd op zoek naar de overwinning. Het vechtersbaasje in Ruud Vormer.


De naam Ruud Vormer valt een eerste keer vorig jaar in de PO’s. “Wat als Björn Engels deze zomer vertrekt?”. Ruud Vormer moet het worden, klinkt het unaniem. Op 31 augustus vertrekt Björn Engels naar Olympiakos. Anderhalf uur later is de knoop al doorgehakt. Ruud wordt de eerste buitenlander ooit die de eer krijgt om Blue Army te vertegenwoordigen. Niet omdat hij populair is of het een populaire beslissing zou zijn, maar omdat Ruud Vormer altijd voorop gaat in de strijd. Bekerwinnaar in 2015, Kampioen in 2016, aanvoerder sinds dit seizoen en sinds vandaag ook Blue Army-peter. Heerlijk toch, joh?


FRUSTRERENDE FRUSTRATIES

Gilles D. - 14 september 2017

Als ik me weer eens opjaagde in het voetbalgebeuren dat niet liep zoals gewenst, en die frustraties ventileerde, kreeg ik van één iemand vaak de volgende reactie: “Gille vent, ’t wordt tijd dat ge nen kleinen maakt ze, dat ge dat allemaal een beetje leert relativeren.”. Die kleinen is ondertussen onderweg, en kijk, een snertmatch zoals zaterdag op Moeskroen zorgt al voor minder inwendige strubbelingen dan dit vroeger het geval was. Het helemaal loslaten kan ik nog steeds niet, dat kon u lezen in m’n vorige blog. Maar er is beterschap. Hij had gelijk.


Op vandaag raak ik eerder gefrustreerd door de frustraties van m’n mede-supporters. Die frustraties die eigenlijk al een gans seizoen smeulen bij grote groepen, verspreid over het ganse stadion. Zij het nu bij thuis- dan wel uitwedstrijden. Na enkele minuten spelen voel je het al. De tweede verkeerde pass van gelijk welke speler en je hoort het volume gemor toenemen. Je ziet mensen rondom u onrustig op hun zitje schuiven. Links en rechts zie je al eens een wegwerpgebaar. En naarmate het algemene spel – of dat van bepaalde spelers – meer slordigheden gaat vertonen, hoor je al eens een awoert. De voorbije (competitie)wedstrijden werd die opborrelende zenuwachtigheid uiteindelijk de kop ingedrukt door de behaalde overwinningen. Zoals ik in een eerdere blog al schreef, het Brugse publiek is hondstrouw en ongelooflijk vergevingsgezind. Iets minder dan 72 uren na de Europese uitschakeling stak de Noord alweer een Mexican Wave in gang. Om maar te zeggen.


Vorige zaterdag was alles anders. Eerste competitienederlaag en het spel zat op de wagen. Wat was me dat na affluiten zeg? Het waren scènes alsof we in de zes voorbije matchen niet één keer wisten te winnen, we met amper 3 op 18 ergens onderaan de rangschikking bengelden, en dat alles de schuld van één man was: onze trainer. Nochtans is dergelijk scenario niet bij ons, maar in die andere provinciehoofdstad aan de orde. En toch. Agressieve wegwerpgebaren, boegeroep en zelfs een halfvolle pint richting z’n hoofd. Dat was het deel voor onze Ivan Leko na de zaterdagavond wedstrijd op Moeskroen. Push to add some drama. Zal het eventjes gaan ja?

We zitten met een jonge coach die de loodzware erfenis van MPH moet dragen. Die een quasi nieuwe, en zeer jonge groep moet vormen. De gemiddeld jongste groep in eerste klasse, las ik eerder deze week in de kranten. Leko vertrekt vanuit een misschien ambitieus, maar wel aantrekkelijk systeem van voetbal. Een systeem dat dus tijd nodig heeft om er bij de spelers in te slijpen, iets wat niet van vandaag op morgen lukt, iets wat met groeipijnen gepaard gaat. Maar in tegenstelling tot vorig seizoen, waar het aantal snertmatchen heus ook niet meer op twee handen te tellen was, ligt de schuld volgens velen nu niet meer bij de spelers. Nu heeft de trainer de boter gegeten. Tja.


We staan op vandaag met 15 op 18 na zes speeldagen, waarvan vier verplaatsingen. Bij die vier verplaatsingen zaten twee zwarte beesten voor onze Club, waar we telkens met de volle buit opnieuw vertrokken. Zoek ze maar hoor, de ex-trainers die de voorbije tien jaar met 6 op 6 terug op de bus kropen in Waregem en Kortrijk… In de stand staan we 7, 10 en 12 punten voor op die andere G5-ploegen. En toch voelt het in de tribunes soms aan alsof wij in een diepe crisis zitten. Ik begrijp het écht niet. Het is een algemene tendens, alles moet perfect zijn of er komt gemor bij het volk. Alsof sommigen na de prijzen die MPH wist te behalen als trainer, de 10 jaren miserie die daaraan vooraf gingen alweer vergeten zijn. Toen ging het er erger aan toe hoor.


Ach, ik schrijf hier niet om m’n mede-supporters te zeggen wat ze moeten doen. Ik wil geen vingerwijzende kleuterjuf spelen. Maar ik begrijp het gewoon niet. Ik vind die frustraties bij sommigen momenteel nogal frustrerend. Misschien moeten we met z’n allen eens stilstaan bij ons verwachtingspatroon. Het is soms alsof elke wedstrijd met een overtuigende, de tegenstander wegspelende 5-0 overwinning moet worden beëindigd om geen gemor te hebben.


Ik geloof in Ivan Leko. Ik geloof in zijn 3-5-2 systeem. Ik vind het in elk geval aantrekkelijk en het biedt een mooi potentieel. Dat die overgang bij de spelers niet volledig verteerd is na twee maanden, is niet meer dan logisch. Maar moet je het daarom overboord gooien?

Toen we op zoek gingen naar een nieuwe trainer enkele maanden geleden, was het voor iedereen een verrassing van formaat toen Ivan Leko plots werd voorgesteld. Zeker omdat ervoor enkele grote namen als gerucht werden opgevoerd. Frank De Boer om de belangrijkste te noemen. Die mocht eerder deze week z’n biezen pakken bij Crystal Palace en gaat de geschiedenisboeken in als de kortst zetelende trainer in de Premier League sinds het ontstaan ervan. Amper vier wedstrijden hield hij het vol, waarin z’n ploeg geen enkele keer kon winnen noch scoren. Zo zie je maar, namen zijn geen garantie op succes. Succes kan wel een naam maken.


Ik geloof in Ivan Leko. Laat hem, samen met het team, nog maar wat groeien. En steun hen daar ook in. Te beginnen morgenavond tegen Mechelen, opnieuw met z’n allen aanmoedigend achter het team. Ons stadion opnieuw laten bruisen. Daarmee raken we verder dan het zenuwachtige gemor na een verkeerde baltoets. Geloof me.


MEESTER, ZE DOEN HET WEER!

Birger Vandendriessche - 09 september 2017

De transferperiode is alweer achter de rug. Het prille begin van de herfst is in aantocht. Ja, het is september en de kindjes mogen weer naar school. Zo ook bij onze nationale pers blijkbaar. Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws zijn toch kranten die pretenderen kwaliteitsvol te zijn. Aan de hand van de voorbije weken, maanden, jaren heb ik daar toch sterke twijfels bij.


‘400.000 euro boete als Perbet of Rotariu speelt tegen Club’ kopte HLN deze week. ‘Club doet het wéér’ op de voorpagina van het sportkatern bij Het Nieuwsblad. Daar deden ze er nog een schepje bovenop en werd zelfs een rondvraag gedaan bij alle clubs die huurlingen hebben van Blauw-Zwart om te weten te komen welke prijs er werd afgesproken. Meteen werd er aan vastgehangen dat geen enkele andere Belgische club zulke constructies hanteert in zijn huurtransfers.


Zwakke journalistiek. Om te beginnen is een clausule in een huurtransfer geen boete, maar een overeenkomst tussen 2 partijen dat als aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt er een correcte prijs tegenover staat. Ik mag er toch vanuit gaan dat Zulte-Waregem, Moeskroen, Kortrijk en hun vertegenwoordigers dit getekend hebben met volle verstand en zonder dat Vincent Mannaert een pistool tegen hun slaap hield? Wel dan, get over it.


Bovendien mogen deze spelers opgesteld worden van Club Brugge. In tegenstelling tot wat er in Extra Time beweerd werd toen Zulte-Waregem Sander Coopman niet ‘mocht’ opstellen tegen Club Brugge. Correcter zou zijn: niet ‘wou’ opstellen, omdat het dan met geld over de brug moest komen. Zielig noemde Jan Mulder het. Beste Jan, ze mogen dus wel spelen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het pré-speelverbod-tijdperk toen jouw ploeg wel zijn huurtransfers verbood om te spelen tegen hun broodheer. Hoeveel op de schaal van zielig zou je dat schatten, Jan?


Nu we toch over ethiek en mauve bezig zijn (raar om die 2 woorden in één zin te zien). Wist je dat Anderlecht Ibrahima Conté aan Zulte-Waregem verhuurde en Zulte-Waregem een bonus kreeg als Anderlecht kampioen zou spelen? Hoeveel spelers van Anderlecht zijn er verhuurd in het verleden, die op de loonlijst van Anderlecht nog stonden en dus ook een persoonlijke bonus kregen bij een titel? Waarom stond de pers toen niet op de barricades?


De mauve zijn er natuurlijk nooit vies van geweest om legale ‘omkoping’ toe te passen. Zo kregen in de jaren ’60 en ’70 de tegenstanders van andere titelconcurrenten, die toch niets meer op het spel hadden staan, motivatiepremies in de laatste wedstrijden van het seizoen. Ethisch verantwoord? Ach, zelfs illegale omkoping bleek geen brug te ver voor Constant Van den Stock. Lenen bij Van den Stock is als lenen bij een vriend en dan nog wel onder de toepasselijke slogan : Pas op, lenen kost geen geld!


Dus Rotariu, Perbet, Acolatse en zelfs Coopman mogen meespelen tegen Club Brugge, maar mits een vergoeding. Wie dat niet vindt kunnen, moet zich maar eens de vraag stellen of het onlogisch is dat je geld vraagt voor het gebruik van je eigendom. Blue Army zoekt nog een grote, leegstaande loods. Benieuwd of we ze gratis gaan vinden, want ja, wat niet gebruikt wordt, moet gratis weggegeven worden volgens onze nationale sportpers.


EUROPEES VOETBAL MOET JE VERDIENEN

Jim Neyt - 25 augustus 2017

Ik had het er al eens over gehad, voetbal en emotie. Iets dat niet uit te leggen is aan personen die geen liefde hebben voor dit spelletje. Toen ik een grote week terug in de gigantische voetbaltempel Camp Nou, een stadion dat zo’n kleine honderdduizend toeschouwers kan bezetten El Clásico bijwoonde merkte ik het volgende op. Naast de vele voetballiefhebbers zag ik er toeristen rondlopen die de passie voor het spelletje niet direct met de paplepel hebben meegekregen . Maar voetbal hoeft je geen bal te interesseren om toch te zien dat Messi een schitterende speling van de natuur is en dat het een voorrecht is om naar hem te kijken. Dit is fascinerend om te zien en tevens onweerstaanbaar. Ook voor degenen die op zich niet zo geïnteresseerd zijn in deze bezigheid. Het toont aan dat persoonlijkheden in een sport belangrijker zijn dan de sport zelf. Tenminste, als het aankomt op de popularisering van de betreffende sport.


Want onze passie, Blauw Zwart, stamnummer 3 die werd opgericht op 13 november 1891 is de verpersoonlijking van onze trots die we samen uitdragen. Hoe je het draait of keert als supporter kan je de week goed aanvatten als je ploeg het maximum van de punten haalt in de vaderlandse competitie en de play-off 1 kandidaten tijdelijk worden gedegradeerd tot play- off 2. Dan draag je een soort van trotsheid met je mee ! Trotsheid die donderdag serieus op de proef werd gesteld te Athene waar het alles of niks was. Een gelijkspel was immers voldoende om door te gaan naar de groepsfase van de Europa League maar dan moesten onze spelers met de juiste mentaliteit op het veld staan en bewijzen dat ze het waard zijn om Europees te spelen.


Qua tactische keuzes wil ik het er niet zo over hebben, ieder heeft zo zijn eigen mening over het spelletje. Maar het werd al snel duidelijk dat we niet moesten gaan speculeren op een gelijkspel in de hoofdstad van Griekenland. Want na amper 5 minuten knalde Klonaridis hard op de paal en in de herneming ging de bal gelukkig naast doel. Tot de twintigste minuut had Brugge zo’n grote zestig procent balbezit maar in voetbal koop je daar niks mee. Er was geen vertrouwen binnen de ploeg en de onzekerheid waarmee bepaalde passes werden gegeven deed pijn aan de ogen. Toen er enkele minuten later een penalty volgde aan de Griekse kant voelden we de bui al hangen. We werden op alle vlakken afgetroefd op eenvoudige wijze tegen een ploeg die zeker te kloppen was als de spelers hun niveau haalden en met de juiste mentaliteit op het veld stonden.


Onbegrijpelijk, als je het mij vraagt. Een club als Brugge hoort altijd in de groepsfase van Europa te zitten maar niet op deze manier. Op woensdagavond 26 juli stonden we na een kwartier spelen in de voorronde van de Champions League 2-0 voor tegen het Turkse Istanbul Basaksehir en was er geen wolkje aan de lucht. Nu, een maand later zijn we al Europees uitgeschakeld en komen de donderwolken richting Jan Breydel. Het kan snel keren in voetbal waar we ons helaas enkel en alleen nog maar kunnen focussen op de huidige competitie en de beker van België. Dat voelt raar aan, zo vroeg op het seizoen.


Nu, met Supersunday op het programma dit weekend waar we thuis de Rouches zullen ontvangen zal de beschamende vertoning van donderdag zeker worden aangehaald in en rond Jan Breydel. Maar supporter ben je in goede en slechte tijden zeggen ze dan. Toch hoop ik wanneer de spelers zondag het veld opgaan even denken aan de clubleuze: No Sweat/No Glory.



TE SLAP

Gilles D - 25 augustus

Dooddoeners in de sportwereld, de voorbeelden zijn legio. Vooral bij slechte prestaties. Tennisspelers die het laten afweten, hebben het nadien steevast over het “niet in het juiste ritme raken” waardoor ze de wedstrijd verloren. Wielrenners die er op D-Day niet staan, spreken over “de goeie benen die ontbraken”. Maar dé dooddoeners na een slechte prestatie vind je toch in de voetbalwereld. Zo ook na gisteren weer. “We zijn te slap begonnen”.


Hoezo, te slap begonnen? Het is godverdomme jullie job! Wie o wie heeft bij dergelijke snertprestaties op z’n werk het recht om – ongestraft – met zo’n excuus op te draven? De Barista die in plaats van de fles melk een fles azijn bovenhaalt om z’n Caffè Latte te maken? De fabrieksarbeider die het te monteren stuk met twee in plaats van zes vijzen vastmaakt? Of de boekhoudkundige bediende die een factuur van € 83,75 verkeerdelijk inboekt als € 8.375 waardoor de ganse boekhouding in de soep draait? Zie je hen dan al afkomen, eens op het matje geroepen… “Goh. Ja. Just. Goh. Wel. ‘k Was die voormiddag wat slap begonnen”.


Kijk, als je op jaarbasis meer verdient dan wat velen onder ons ooit zullen kunnen bijeen sparen, en dat om amper twee keer per week – een gemiddelde dat we nu dus al niet meer zullen halen – te moeten presteren, dan heb je het récht niet om te slap te beginnen. Stenen kloten krijg ik van zo’n uitspraken. En dat doet zeer ... . Jullie waren gewoon slecht. Archie-slecht. Te kakken gezet voor gans Europa. Net zoals vorig jaar. Het is en was gewoon Club onwaardig.


Het mentaliteitsprobleem. Nog zo’n dooddoener waarover in de voetbalwereld vaak gepraat wordt. En iets wat op Club al jaren een probleem vormt. De ene keer alles. Opbouwen. Hoopgevend. En dan plots weer het grote niets. Gewone spelers met vedette-allures. Dat is echt niets voor ons hoor. Terug die voetjes op de grond graag. Als je als team jaar na jaar alles wint, dán mag je eens streken hebben. Maar dat is enkel weggelegd voor de Bayerns, Barça’s en Juventussen van deze wereld. Dat past en hoort niet bij Club Brugge.

Ach, wat ben ik ontgoocheld, wat ben ik kwaad. Mensen rondom mij zeggen al jaren dat ik het voetbal moet leren relativeren. Ik doe m’n best, maar op dagen als vandaag lukt me dat niet. Vandaag loop ik dan gewoon wat te nukken. Schrijf ik de frustraties van me af. Terwijl m’n stelregel normaal is om minstens 48 uren te laten passeren tussen het onaangename moment enerzijds en het tijdstip waarop ik daarover begin te schrijven anderzijds. Alles eerst wat laten bezinken. Ik doe m’n best, maar op dagen als vandaag lukt me dat niet.

Ik ga hier eindigen zoals ik begonnen ben, met een dooddoener. Ik verwacht snel ‘een reactie’ van spelers. Ja, van de spelers. In tegenstelling tot 90% van de Club supporters op Twitter en fora, weiger ik namelijk om Leko op de brandstapel te zetten. Akkoord, je kan u vragen stellen bij z’n wijziging van systeem – ‘het systeem’… nog zo’n dooddoener – net voor dé match van het jaar. Maar het is heus niet Leko z’n schuld dat de spelers als natte vodden op het veld stonden. In een nog niet zo ver verleden haalde MPH Europees 0 op 18 met zo goed als dezelfde kern, en dat was nu ook weer niet tegen ploegen die de Europese top uitmaken.


Neen, wat gisteren gebeurde kan voor mij niet louter in Leko z’n schoenen worden geschoven. De mentaliteit, dáár moet dringend verandering in komen. Als Michel het niet kon, en Leko het niet kan, dan zou pakweg Frank De Boer het ook niet kunnen. De sleutel, die ligt bij de spelers zelf. Het shirt van Club, dat krijg je niet, dat moet je verdienen! Reactie dus. Te beginnen nu zondag al, tegen Standard, op m’n verjaardag. Gelukkig hebben we een hondstrouw publiek. Bij winst zal het ongetwijfeld weer van je ‘Super Bruges! Looo loo loo lo lo looo’ zijn. Zonder mij deze keer. Wat de uitslag ook moge zijn, na het laatste fluit signaal ben ik weg. Richting kantine. Pinten drinken. Nog wat nukken, weet je wel.


VERDIENSTELIJKE GARNALEN

Fillou - 19 augustus 2017

“De Play-Offs stuwen ons voetbal vooruit! Het niveau van de competitie stijgt! Belgische clubs spelen weer een rol van betekenis in Europa!”

’s Lands top-analisten lopen mekaar voor de voeten om de Belgische competitieformule en de gevolgen daarvan op de relevantie van onze clubs in een internationale context te bewieroken. De titelstrijd is ultra-spannend en we hadden vorig seizoen zowaar twee elftallen die overwinterden. De rook van de vreugdevuren aan de Houba De Strooperlaan is zichtbaar tot in West-Vlaanderen.


Misschien is het een beetje een té somber vooruitzicht, maar ik vrees dat er dit jaar meer dan voldoende tranen zullen vloeien om dat vuur te doven. In Oostende konden ze nog enigszins de schijn ophouden tegen Marseille en zich troosten met de gedachte dat ze mooi, frivool en open voetbalden en verdienstelijk ten onder gingen tegen een Franse grootmacht. Dat Marseille kwam gisteren trouwens niet verder dan 1-1 tegen NK Domzale uit Slovenië, of Slovakije whatever. In Gent zijn de zakdoeken nog niet droog na de uitschakeling tegen SCR Altach. Daar in Oostenrijk zijn ze echter nog altijd niet uitgelachen. Zelfs niet na de thuisnederlaag (In Innsbruck, want die jongens hebben eigenlijk zelf geen echt stadion.) tegen Maccabi Tel-Aviv.


En ook in Brugge wordt een duit in het droevige zakje gedaan. Of traanvocht geplengd, zoals je wil. We hebben van een ploeg uit Istanboel waar zo goed als niemand al van gehoord had een toekomstige topper moeten maken, om de “pille” die we er van kregen, te vergoelijken. Istanbul Basaksehir, het speeltje van de lokale despoot, verloor deze week echter wel droog met 1-2 van Sevilla. Wie de wedstrijd tegen AEK Athene tot het einde uitgekeken heeft, is ook niet echt met een goed gevoel gaan slapen. De trotse competitieleider had na een kwartier al makkelijk 0-2 kunnen achter staan en voetbalde in de resterende 75 minuten bijzonder weinig mooie kansen bij mekaar. Volgende week wordt de kwalificatieknoop definitief doorgehakt, maar meer dan waarschijnlijk zijn hier en daar de data van de Europese wedstrijden al als beschikbaar in de agenda’s geschreven.


Resten dus nog de rechtstreeks geplaatsten om de driekleur te verdedigen. Voor Zulte-Waregem zit het daar wel snor want er zijn geen videorefs en Coopman zal mogen meespelen, aldus een moedige Francky Dury. Maar op onze goeie vrienden uit het Brusselse bijvoorbeeld, zit bij de loting iedereen die al één van hun wedstrijden dit seizoen gezien heeft, likkebaardend te wachten. Herman Van Holsbeeck zal wel weer zeggen dat ze voor de tweede plaats gaan, Michel Verscheuren toont zich op twitter meer dan waarschijnlijk rijmend en dichtend heel positief en de pers roemt vooraf het talent van Dendoncker, de looplijnen van Hanni en het inzicht van Kums. Maar als ze veel beter willen doen dan blauwzwart vorig jaar, zal Weiler ook wat extra boterhammen op het menu moeten zetten.


Nee, dat niveau van de Belgische competitie is helemaal niet omhoog. We worden wat overhoop geblazen door prijzen voor onze voetballers die in een volledig op hol geslagen voetbalwereld betaald worden. En ja, het is spannend. Logisch ook als je de voorsprong van het reguliere seizoen halveert net voor de laatste tien wedstrijden. Maar als je het nuchter bekijkt, zijn we gewoon een steeds kleiner wordende garnaal in de grote voetbalzee. De “verdienstelijke” exemplaren tegen Marseille of de buffalo’s in Wembley ten spijt. Dat wordt dus dit weekend focussen op het charmante derbygevoel in Kortrijk.


BARA BARÁ BERE BERÊ

Jim Neyt - 10 augustus 2017

José Izquierdo, je danste, toverde en fladderde de Brugse flanken af. De snelheid waarmee je de tegenstander overklaste was heerlijk om naar te kijken. Momenten waar je op je eentje in de Ghelamco Arena ons op weg zette naar de 14de landstitel. Of die keer te Leicester waar je jouw goal meepikte en er in het Brugse uitvak ‘Izquierdooo Izquierdooo Izquierdooo’ weerklonk zal ik nooit vergeten. We zagen je uitblinken, we zagen je genieten met als kers op de taart je persoonlijke bekroning, de Gouden Schoen. Wat was je trots! Maar je ontwapende gimlach begon de laatste weken trekken van nervositeit te vertonen. Dat is normaal als je in de toekomst een stapje verder wil in je carrière. We zullen je fratsen missen, maar met Emmanuel Bonaventure Dennis staat er een nieuwe publiekslieveling op.


Jos, we wensen je alle succes in het verdere verloop van uw carrière!


OOG VOOR DETAIL

Gilles D. - 10 augustus 2017

Reeds van toen ik nog een kind was, kon ik me al spelend opjagen wanneer bepaalde details niet goed zaten. Een spelend kind, dat is fantasie. Dat beweegt zichzelf voort in een bijeen gefantaseerde wereld waarin hij of zij, naargelang de spelsituatie, meestal een zeker beroep uitoefent dan wel als superheld de wereld behoedt van alle onheil. En toen reeds, waren ze voor mij zo belangrijk… Die details. Spelen, dat was het immers voor de grote mensen. Voor mij was het bittere ernst. Het moest net als écht zijn. En hoe kan het nu net als écht zijn, als die details niet goed zitten?


Don Diego de la Vega op TV z’n metamorfose naar Zorro zien maken, waarbij hij een soort zwarte bandana met ooggaten over gans z’n hoofd trok als masker, met daarop dan z’n hoed. De ontgoocheling was groot toen ik eindelijk ook zelf een Zorro kostuumpje kreeg. Een gewoon maskertje met elastieken rekkers om over uw hoofd te trekken? Maar dat zouden ze toch onmiddellijk zien dat het niet echt is? Dat het grote, op z’n achterpoten springende zwarte paard in m’n fantasiewereld al achterwege moest blijven, kon ik nog enigszins relativeren. Maar kunnen we er op z’n minst voor zorgen dat het masker goed zit?


Zo rond het vijfde leerjaar, toen m’n fascinatie voor het voetbalgebeuren en vooral Club Brugge in volle bloei stond, trok dat oog voor detail zich ook in die wereld door. En dan meer specifiek in de shirts waarmee de spelers op het strijdtoneel verschenen. M’n kamer hing vol met uit m’n ouders hun ochtendkrant gescheurde knipsels met spelers van Club. Spehar en Stanic waren net weg, het was Gert Claessens die op dat moment m’n aandacht trok. De op dat moment vaak scorende rugnummer 11 kwam je het meest tegen op de tientallen knipsels aan de muur van m’n kamer.


Toen reeds, als twaalfjarig ventje, maakte ik een gedetailleerde analyse van zijn shirt. Het was het seizoen ‘97-’98, Club speelde nog in Adidas shirts met de kop van het toenmalige Gemeentekrediet als hoofdsponsor vooraan. Achteraan stond een grote zwarte print van het Club logo over gans de rug, met daarin het witte rugnummer en erboven de spelersnaam. Onderaan in die geblokte rugnummers van dat seizoen, stond nog voluit ‘adidas’ geschreven. Zo, met kleine letters, nog geen logo met drie strepen. Die nummer 11 van Claessens werd met oog voor elk detail door mij nagetekend op papier, en uitgehangen in m’n kamer.


U merkt het, Zorro had m’n fantasiewereld ondertussen verlaten en werd volledig ingeruild voor voetballers van Club. De tuin van m’n grootouders als een bijeen gefantaseerd Jan Breydelstadion. De paal in de tuin die m’n grootmoeder haar wasdraden omhooghield was de rechter doelpaal, de haag waarin die draden verdwenen de linker. Het in hout aan het huis gebouwde staketsel, waarin de houtblokken voor de open haard lagen te wachten op hun verbranding, was de tribune met supporters. Ik dribbelde er, maakte er wereldgoals en liep er juichend ererondes door het stadion. Mijn stadion.


Eén iets ontbrak nog, een écht Clubshirt om mee te spelen. Toen ik me rond die leeftijd aansloot bij de plaatselijke voetbalploeg kon ik m’n ouders ervan overtuigen dat ik effectief wel zo een Clubshirt nodig had om te gaan trainen. En in die tijden, lang voor de Clubshop de hedendaagse online mogelijkheden bood, betekende dat dus gaan aankloppen bij de plaatselijke sportwinkel. De voetbalshirts van Club Brugge en van die uit Brussel werden er naast elkaar uitgestald. Van Premier League ploegen was er nog lang geen sprake, laat staan van zichzelf topploeg noemende provincieploegjes.


Ik koos uiteraard voor het Blauw-Zwarte thuisshirt en moest nog enkele dagen geduld oefenen voor de bedrukking. Ik koos voor de 11 van Claessens, maar met mijn eigen naam erboven gedrukt. M’n fantasiewereld, weet je nog... Slapeloze nachten, dagen die weken leken te duren. Maar eindelijk was het dan zover, eindelijk mocht ik m’n shirt gaan ophalen. Ik zie de man z’n gezicht nog voor me. “Het is klaar, ik ga het halen”. Hij verdween even langs achter in z’n winkel, en kwam terug binnen terwijl hij het shirt met z’n twee armen gestrekt voor zich uit hield. Eerst de voorkant tonend. Een glimlach maakte zich meester van m’n gezicht.


Toen hij het shirt omdraaide en de bedrukking toonde, werd die glimlach echter snel omgeruild voor een enorme ontgoocheling en ei zo na acute maagzweer. Hij had er namelijk z’n eigen variant van lettertype op gehangen. Geen geblokte 11 met onderaan ‘adidas’, maar een eigen ontwikkelde 11 bestaande uit dunne lijntjes die – bijna tegen elkaar geplakt – een 11 vormden. Beleefd, doch gefrustreerd verliet ik de winkel met het shirt waar ik zo lang naar verlangd had. Thuis volgde nog een tweede ontgoocheling, toen het shirt wijd uitgespreid op m’n bed lag en ik vergeleek met de foto’s uit de krantenknipsels aan m’n muren. Want waar waren die kleine Gemeentekrediet logo’s die de spelers op de mouwen van hun shirts droegen, eigenlijk op mijn shirt gebleven?


Dit overblijfsel uit m’n kindertijd trekt zich vandaag, ondertussen kop 20 jaar later, nog steeds door. Elke zomer opnieuw verlangen naar die nieuwe shirts. Sommigen geven er bij manier van spreken niets om, zolang ze maar Blauw-Zwart gestreept zijn. Voor mij echter is het een jaarlijks uitkijken naar het belangrijkste stukje textiel dat er is. Er is geen periode op het jaar waarbij ik het supportersforum meer afschuim, dan tijdens de weken waarbij het ‘new shirts’ topic hoogtij viert. Telkens weer benieuwd welke details erin gestoken zullen worden, benieuwd naar wat ze dat tikkeltje anders en hopelijk nóg mooier zullen maken dan het jaar voordien. En gelukkig, telkens in de wetenschap dat ze vandaag in de Clubshop gekocht kunnen worden mét alle details, en er bedrukt worden met het échte lettertype.


Mijn gefantaseerde tribunes van weleer werden ondertussen reeds lang geleden afgebroken, m’n nonkel bouwde er zijn huis op. En op een bal trap ik zelf al lang niet meer. Maar elk jaar opnieuw, is het aangekochte Clubshirt even een terugkeren naar m’n fantasiewereld van weleer. Even voel ik me dan weer speler. Nog altijd ga ik erin op. Toen ik recent het nieuwe Macron shirt ontving, stuurde ik prompt een foto met het shirt naar m’n vriendin, voorafgaand door de teasende woorden “Het is zover!!!”. Toen ze de uiteindelijke foto via WhatsApp opende, reageerde ze: “Ik denk altijd dat je de Lotto gewonnen hebt als je zoiets stuurt. Maar ja, voor u is dat een beetje zoals de Lotto winnen he.”,


met een breed lachende smiley achter … . Het nieuwe Clubshirt in de Clubshop: € 85. Een vriendin die zich kan inleven in uw fantasiewereld: onbetaalbaar.

LOLOLOLOLOLOOOOOOOO …, ZWIJG OVER BUFFALO

Fillou - 07 augustus 2017

Wie? Wie in godsnaam begint altijd weer met dat vervelende, belachelijke, onnozele “aaaaaanti buff…”? Wie haalt het telkens opnieuw in zijn of haar of het (genderneutraliteit!) hoofd om tégen een voetbalploeg uit Gent te beginnen zingen als wij tegen Eupen, Moeskroen of Beveren spelen? Wie heeft meteen na elk doelpunt van ons de reflex om te lullen over een voetbalclub van een kleine veertig km landinwaarts? Wie, ja wie is er verantwoordelijk voor dat ik enkele seconden na een doelpunt van Club hoofdschuddend opnieuw op mijn stoeltje zak?


Het was me wat, de hervatting van de competitie op Jan Breydel in jaargang 17-18. We waren nog geen half uur ver of in mijn buurt waren alle spelers al vakkundig door de mangel gehaald. Horvath omdat hij te traag de bal terug in het spel bracht, Engels en Mechele om hun gebrek aan voetballende kwaliteit, Touba om zijn positie, Vormer na een tackle, Simons omdat hij te oud is, Refaelov, Vossen en natuurlijk Ivan Leko. De eerste echte thuismatch sinds de playoffs enkele maanden geleden en het krediet was al op. Krot & companie. Awoe!


Maar we scoorden. En in de tweede helft nóg twee keer. En dus was het feest! En dus konden we allemaal samen van je “lololololololoooooo …” zingen. Toegegeven, anno 2017 is het de perfecte voetbalsong. Het is een makkelijk en evident ritme dat iedereen aan kan. Ook de toonaard waarin het gezongen wordt, is een haalbare kaart voor eenieder die al eens in de douche een zangstonde aanheft. Er zitten “lololoooo’s” in wat heden ten dage een topper is bij de jongen gasten. En los daarvan moet je maar twee woorden onthouden. Het klinkt goed, het galmt door het stadion, het brengt de Olympiavlakte in vervoering. Maar doe het niet! Laat het uit! Zing het in je auto of je bus als je daar in Gent aan die badkuip passeert, neurie het tijdens het joggen, leer het aan je papegaai of wieg er je kleine uk mee in slaap. Maar stop er mee als de Club voetbalt!


Tenzij we er een draai kunnen aan geven. En we er, ik doe maar een voorstel, “lololololololooooooo IIiiiii-Van-Lee-Kooooooo” of “lolololololooooooo Jos-Is-Kwer-Dooooo” kunnen van maken. “Lalalalalalaaaaaa – Toubaaaaa” of “leleleleleleleleeeee – Limbombeeee”, het rijmt ook. En het is allemaal stukken beter dan dat gedoe met die indianen van De Witte en Louwagie. Binnen drie weken spelen we thuis tegen Standard. Houden we er allemaal samen een beetje rekening mee? Bedankt.

IK BEN VOOR CLUB

Birger Vandendriessche - 05 augustus 2017

Al sinds mijn geboorte ben ik voor Club. De Club van Brugge. Blauw-Zwart, een mooiere kleurencombinatie bestaat er niet, toch? De liefde voor Club is onvoorwaardelijk. In goeie en in slechte tijden, altijd voor Club. Soms krijg ik de vraag hoe het zover is gekomen. Het antwoord is simpel : van vader op zoon doorgekregen.


Als kind was die liefde vooral een soort blind vertrouwen in Club. Op de speelplaats is het tussen kinderen altijd een opbod over wie de beste ploeg is. Hoongelach van de klasgenootjes bij een nederlaag, maar desondanks altijd voor Club. De ontgoocheling/euforie was dan des te groter als het niet/wel lukte om op het einde van het seizoen de titel te pakken.


Als tiener begin je alles in vraag te stellen, te rebelleren zelfs. Trainers of spelers moeten het ontgelden als Club niet goed speelt. Bestuursleden moeten opzij als Club geen prijs pakt. En als Club dan wel goed speelt en prijzen pakt, dan is dat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. En toch, wat er ook gebeurt : altijd voor Club.


Als volwassene doorloop je die periodes meestal in sneltempo. Bij een nieuwe trainer of een nieuwe speler is er dat blind vertrouwen, maar dat kan snel omslaan. Je kijkt vooruit, je analyseert, je vergelijkt met het verleden. En je maakt een oordeel over wie of wat de oorzaak kan zijn. Zelfs als de voorspellingen tegenvallen, altijd voor Club.


Altijd voor Club. Met die mentaliteit ga ik elke keer naar Club gaan kijken. En dat is iets wat me van het hart moet. Waarom wordt er de laatste jaren zoveel gefixeerd op andere teams? Mijn supportershart bloedt als ik op de fandag de Noord anti-Buffalo of anti-mauve liedjes hoor zingen en geen “Hand in Hand, kameraden!”. Zelfs tijdens de Brugse Metten of de laatste away op Lokeren. Ja, Perbet is een ex-Buffalo en ja, Lokeren is niet beste vriendjes met Kwek. Who cares? WE ARE BRUGES!


Tuurlijk mag er gelachen worden met de concurrentie en tuurlijk mag er kritiek komen op beleid of keuzes van trainers, bestuursleden, spelers van Club. Nee, het moet zelfs, maar op de juiste momenten. Zodat Club er beter/groter van wordt. Van zodra de scheids de wedstrijd op gang blaast tot aan het laatste fluitsignaal, dan is het altijd voor Club! Wat er ook gebeurt.


Dat er in de wedstrijden tegen Kwek of mauve dan eens anti-gezang is, ook dat moet. Zelfs tot op of over het randje, maar toch niet tegen godbetert Lokeren of dit weekend Eupen? Daarom kameraden, morgen hand in hand voor de eerste thuismatch van Blauw-Zwart. Want een mooiere kleurencombinatie bestaat er toch niet? Dat heb ik althans zo toch doorgekregen van mijn vader.

THE BEGINNING IS ALWAYS THE HARDEST

Jim Neyt - 28 juli 2017

Het is nooit zoals het lijkt. Niet als het zeer goed gaat, evenmin als het slecht gaat. Nuance verkoopt niet, maar is soms nodig. Speelde Club Brugge afgelopen woensdag een belangrijke wedstrijd? Ja, want Europees wil je er toch altijd bijhoren en spelers willen zich meten met de top. Het zag er dan ook veelbelovend uit wanneer we na een dik kwartier al een 2-0 bonus op zak hadden, maar het besef was er dat we door dodelijke efficiënte ons nu niet mochten laten terugzakken, want een tegengoal is snel gemaakt.

Er viel dan ook enige opluchting toen we de rust ingingen zonder tegendoelpunt, want de Turken panikeerden niet en door hun rustige opbouw van achteruit was de 2-1 dichter dan de 3-0.


Hoe 90 minuten voetbal verschillende emoties oproepen, is niet uit te leggen aan personen die geen liefde hebben voor dit spelletje. Liefde, die soms kan overgaan in frustratie wanneer het verwachte gebeurd. Die verdomde tegengoal, 2-1. Met nog een halfuur te spelen zagen we aan de zijkant Izquierdo zijn blauw-zwart shirt aantrekken en hoopten we allen dat Jos nog eens loskwam op de flanken. De laatste weken is er heel wat geschreven over onze sterkhouders a la Björn Engels/José Izquierdo. Ivan Leko gaf daar het volgende antwoord op “In het algemeen is het nu niet het moment om over spelers individueel te spreken, want enkel het team telt nu.”.


Het team telt altijd en sommige spelers moeten beseffen dat het dankzij Club Brugge is dat ze in de toekomst een transfer kunnen verzilveren. Zolang een speler bij een Club is, moet hij zich ten volle geven en het egoïsme opzij zetten. Enkel op deze manier zal je het als speler ver schoppen. Denk maar terug aan Thomas Meunier, die van Virton uit de derde klasse kwam en Club Brugge misschien had kunnen beschouwen als het hoogtepunt uit zijn carrière. Maar hij verbaasde vriend en vijand door wat later uit te blinken bij de club van Nasser Al-Khelaïfi, de Qatarese eigenaar van PSG. Ja, spelers met zo’n ingesteldheid zullen het ver brengen.


Wat de toekomst zal brengen in uitgaande en inkomende transfers blijft een raadsel. Maar stilstaan is achteruitgaan. Zeker nu de vaderlandse competitie van start gaat. Dat we woensdagavond een knotsgekke wedstrijd hebben beleefd, is iets dat zeker is. De ene minuut denk je al aan de volgende tegenstander die Club eventueel kan loten in de laatste voorronde van de Champions League en de andere minuut kijk je radeloos voor je uit en stel je jezelf de vraag “Hoe is het mogelijk?”. Ja, dat is voetbal. Daarom met opgeheven hoofd en de blik vooruit: op naar Daknam! De liefde en de mooie momenten, die we al dankzij deze Club hebben beleefd, zullen nooit weggaan.

PRIDE AND PASSION

Birger Vandendriessche - 08 juli 2017

16 september 2003. Een doodgewone dinsdagavond zou je denken, maar om 20u43 gebeurde er iets speciaal. Iets wat de rest van mijn blauwzwarte supporterscarrière zou bepalen. En ook die van Blue Army. De openingsspeeldag van de Champions League was sowieso al een unieke belevenis. Die hymne en dat grote ronde spandoek op de middencirkel. Wetende dat heel Europa meekeek. Tegenstander was Celta de Vigo.


Enkele jaren ervoor hadden we een abonnement in de 214, maar ons moeder was de slechte weersomstandigheden een beetje beu geworden en wou naar de Noord-boven verhuizen. Goed, 224 werd het dus. Bedankt, moeder! Op die zomerse dinsdagavond in 2003 zakten we dus af voor een potje Champions League voetbal. Toen we aankwamen op onze plekken hing er een gekleurd blad op onze stoel. Mijn broer en ik hadden een wit papier, mijn moeder en vader een blauw exemplaar. Vreemd, wat kan hier de bedoeling van zijn? Opwarming, stress die opbouwt naar het begin van de match. Om exact 20u43 start de hymne. Rond ons begint de ene na de andere zijn geplooid blad open te vouwen en de lucht in te steken.


Blue Army was op dat moment 5 jaar oud en vooral gekend voor zijn passioneel enthousiasme tijdens het zingen op matchdagen. Af en toe ook eens tegen bestuurlijke schenen schoppen, uiteraard. En het fanzine om de supporter een stem te geven, maar ook zelf af en toe een geweten te schoppen (Wie herinnert zich de quoteringen van het publiek nog?). Dit was echter van een ander niveau qua sfeerbeleving. Dit was uniek en ik weet nog dat ik als kind achteraf op school heel fier ging vertellen tegen mijn maatjes dat ik een onderdeel was geweest van een tifo. Zij hadden echter geen flauw idee waarover het ging, want toen zaten internet en sociale media nog in het stenen tijdperk vergeleken met nu.


In de jaren die volgden op die bewuste 16 september is Blue Army zich verder blijven ontwikkelen. Tifo’s over meerdere tribunes, vlaggenacties, spandoeken, sfeeracties over het hele stadion. Zelfs wisseltifo’s en recent nog een stadion-wisseltifo. Elke keer weer een beetje beter, een beetje groter. En het meest fantastische gevoel daarbij als fan is dat je elke keer opnieuw een onderdeel bent van die familie. Of dat nu is door Blue Army te steunen door het kopen van een lidkaart, te komen helpen tijdens de voorbereidingen van een actie of door gewoonweg te zwaaien met een vlag of het openplooien en omhoogsteken van je tifoblad.


Winnen of niet, maar bij elke sfeeractie heb ik nog elke keer datzelfde gevoel van toen. Fierheid! Trots om onderdeel te zijn van de Clubfamilie. En niet onbelangrijk, een invloed te hebben op die 11 helden op het veld. We doen het niet om de pers te halen, maar om die 11 spelers in blauwzwart zichzelf te laten overstijgen. Om de tegenstander te tonen voor de match “Hier kunnen jullie niks komen rapen!”.


Blue Army heeft mijn jeugd en mijn supporterscarrière blauwzwart gekleurd. Bedankt, Bollie! Bedankt, Geert! Bedankt aan iedereen die de afgelopen 19 jaar een actieve rol heeft gespeeld bij Blue Army! Ik hoop dat ze ooit hetzelfde kunnen zeggen over ons, dat we kleur gegeven hebben aan de jeugd van nieuwe generaties Clubfans.

A NEW STORY BEGINS...

Jim Neyt - 08 juli 2017

Als kleine jongen raakte ik verbonden aan een Club. Een Club met een belevenis, iets dat voor het leven is. Ivan Leko was dan ook een speler die perfect de waarden illustreerde waar Brugge voor staat. Passie, agressiviteit, grinta, strijdlust zijn maar enkele kenmerken die bij hem steeds in het spel naar bovenkwamen. Een wedstrijd die dit perfect samenvatte was op woensdagavond 8 mei 2007 toen Club Brugge de terugwedstrijd speelde van de halve finale beker van België thuis tegen de Buffalo’s. Een kleine maand ervoor gingen we nog de boot in met 3-1 in het Jules Ottenstadion. Jan Breydel moest nu omgetoverd worden tot een ware heksenketel om toch nog die bekerfinale te bereiken.


Blauw-Zwart begon de wedstrijd furieus richting de 12de man en na een halfuur legt Nigeriaan Manasseh Ishiaku de bal van zo’n 18 meter heerlijk af met de hak naar Leko, die de bal in de rechterbovenhoek prikt. Het stadion kwam in extase en Ivan liep kussend met het Club embleem richting de spionkop. Op dat moment kan je heel de wereld aan en stroomt de adrenaline door je lichaam. Heerlijk! Eén goal was nu genoeg om die finaleplaats te bemachtigen. Men weet dat er op zo’n avonden magie in de lucht hangt en je later kan zeggen “Weet je nog die avond in Jan Breydel?”.


In de 49ste minuut volgde er dan een 2de apotheose wanneer die andere Kroaat Bosko Balaban de bal, op aangeven van Brian Priske, controleert in de zestien meter en twee seconden later de bal laag voorbij Frédéric Herpoel in de linkerbenedenhoek plaatst. 2-0 Club Brugge! Niks kon ons nu nog overkomen en we hielden mooi stand. Het was dan ook opmerkelijk hoe de frustratie van een heel jaar bij iedereen, die deel uitmaakt van de Brugse familie, van de schouders viel. Want het was het jaar waar zowel Marc Degryse, Emilio Ferrera en Franky Van der Elst hun ontslag kregen en het sportief niet van een leien dakje ging.


Ivan Leko heeft niet enkel een schitterende mentaliteit, maar ook het hart op de juiste plaats. Tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen 2007/2008 thuis tegen KVC Westerlo scoorde hij de 1-0 via een vrije trap en trok meteen zijn wedstrijdshirt uit als eerbetoon voor zijn verongelukte ploegmaat en publiekslieveling François Sterchele. Knielend en met de twee wijsvingers naar de hemel gericht. Het is een beeld dat op mijn netvlies staat gebrand. Nu, negen jaar later, is Leko de nieuwe trainer van Bauw-Zwart. Steun zal hij zeker krijgen, want wij hoeven niet te baden in prijzen, maar prijzen deze Club!

DE OEFENMATCHEN

Gilles D. - 08 juli 2017

Zelf kan ik er maar van dromen, en algemeen genomen is het een luxe die weinigen genieten. Vier weken vakantie. Vier. Het moet van m’n studententijd geleden zijn dat ik nog een aaneenschakeling van vier weken zorgenvrij leven gekend heb. Na vier weken begon toen de voorbereiding op de tweede zit immers alweer. Soms zelfs reeds na twee weken, maar daarover ga ik hier niet verder uitweiden. Neen, de heren voetballers mogen écht niet klagen over hun verlofperiode, waarbij ze ons steevast jaloers maken met Instagram foto’s en stories, liggend aan het zwembad van de exclusievere Ibiza poolclub, met hun van – al dan niet natuurlijke – D-Cup voorziene WAG’s. En toch … .


Toch heb ik jaarlijks het gevoel dat dit tussenseizoen zo ongelooflijk snel voorbij vliegt. Net nu m’n vriendin het opnieuw gewoon is om een ‘ja’ te horen op de vraag of ik op zondag vrij ben, knallen de sportkranten en Club TV’s van deze wereld het nieuwe seizoen alweer helemaal op gang. Beelden van de eerste trainingen, binnenvallen op de kamer bij de spelers op het oefenkamp, interviews met de nieuwe trainer, van fora overgenomen geruchten over nakende transfers en weetjes over de pas getransfereerde nieuwe spelers. En uiteraard niet te vergeten: de planning van de oefenmatchen, wat voor mij gelijk staat met het eerste schooldag moment voor de voetbalsupporter.


Ja, ik hou wel van die periode die me steevast doet denken aan het 1 september-gevoel van toen we nog naar school gingen. Je hebt elkaar een tijd lang niet gezien door de vakantie, maar vandaag hervat alles weer. Zie je die bekende koppen terug en besef je dat je je opnieuw mag opmaken voor een jaar vol belevenissen waarover je soms nog heel lang kan navertellen. In die optiek is een voetbalseizoen uiteraard iets leuker om te hervatten dan de schoolperiode van weleer, maar toch zijn de gelijkenissen legio. De hervatting, het opnieuw afspreken met de maten om er samen naartoe te rijden. Terug die praatjes voor aanvang en tijdens de pauze van het serieuzere werk. Opnieuw de geuren opsnuiven die gepaard gaan met de plaats. Muffe klaslokalen en doordringende geuren uit de schoolkeuken, maakten plaats voor de geur van vers gemaaid gras en sigarettenrook op het voetbaltoneel.


Er valt onmiddellijk ook reeds een zekere spanning waar te nemen. Nog niet goed wetend wat het komende jaar allemaal zal brengen. Hoogstwaarschijnlijk zijn er enkele nieuwe jongens in de klas, anderen die ons dan weer zullen verlaten wegens verhuis naar andere scholen of verder nog, andere landen. Dit jaar wordt het zelfs nóg spannender, want voor het eerst sinds lang staat er ook een nieuwe leraar voor de klas. Benieuwd dus, nog niet goed wetend waar hij naartoe zal willen, hoe hij de leerstof zal overbrengen, welke stijl hij zal hanteren, hoe streng hij zal zijn.


En toch vond ik die eerste september zo’n leuke dag. Alles verloopt immers nog in een zeer ontspannen sfeertje. Die eerste schooldag stond, net als de oefenmatchen, gekend als een rustige aanloop naar meer. Er zit nog geen druk op de ketel. Het is een aftasten op alle vlakken. Nog geen ergernissen en iedereen komt nog goed overeen. De jongens die ons verlaten hebben zullen uiteraard gemist worden, maar we gaan er hoopvol van uit dat we evenveel plezier zullen beleven met de nieuwe jongens in de klas. Planningen worden reeds gemaakt, maar liefst ook nog niet teveel in detail. Want die eerste september, dat is toch zo een beetje de uitloper van de vakantie, niet?


In uw achterhoofd echter weerklinkt steeds luider dat stemmetje. Dat stemmetje dat u de keiharde waarheid influistert en u eraan herinnert dat de vakantie toch wel onherroepelijk voorbij is. Straks ligt er immers weer serieus werk op de plank, straks volgen er weer taken, volgen er weer serieuze tests. En dan zullen we er opnieuw moeten staan. Dan zal er weer resultaat moeten gehaald worden. Maar daar moeten we op vandaag nog niet aan denken, toch?


Ach, wat hield ik van die eerste september. Wat hou ik van die oefenmatchen.

IVAN LEKO'S BRUGES ARMY

Fillou - 08 juli 2017

Gedroomd dat wij de jongste weken al hebben. Gedroomd! Over internationale toptrainers die onze troepen zouden gaan leiden. De Boer. Ranieri. Franky Dury! Over wereldvoetballers (in de dop) die onze rangen zouden versterken. Onyekuru was zo goed als van ons (en niet gehuurd in één of andere dubieuze managers-constructie), sterkhouders, internationals, de meest wilde ideeën en voorstellen passeerden door de geruchtenmolen. Maar ook over spraakmakende transfers en vooral gigantische transfersommen. Met achttien miljoen voor Bjorn Engels en twintig miljoen voor “Joske” gingen we de zotste dingen kunnen doen. De dubbel in eigen land was een evidentie. Bayern, Juve, Barça en Real zouden met een bang hart onze komst afgewacht hebben.


Tot de pushberichten op onze telefoons het échte nieuws brachten en Clubgerelateerde Whatsap-groepen meteen in overdrive gingen. Ivan Leko is onze nieuwe trainer, onze kersverse middenvelder komt van KV Mechelen en de topspits die onze offensieve zorgen moet doen vergeten, is de in Gent uitgerangeerde Perbet. Drama en paniek. Vloeken en verwijten. “Ze zijn gek geworden in de Klokke, Bart en Vincent zijn niet alleen het Noorden, maar meteen ook alle andere windrichtingen kwijt!”


Is dat dan zo? Zijn onze bestuurders dan echt de hyper-gierige voetbalanalfabeten waarvoor ze in al dan niet virtuele cafépraat versleten worden? Wordt het écht Play-Off 2? Zakken we Europees opnieuw los door het ijs? Zijn onze concurrenten nu helemaal weg? Ach nee. Club is toch niet onze Club geworden omdat het elk jaar zeker kampioen wordt? Of omdat het investeert in overbetaalde salonvoetballers? Nee, blauwzwart zit in onze genen en in ons bloed om de kracht die er van uit gaat. We zijn trots op onze kleuren omwille van of dankzij de onverzettelijkheid van de Caje, van Gert Verheyen, van Raoul Lambert, … .


De Club die wij kennen en waarvoor we elke twee weken naar Jan Breydel afzakken is een Club die als het moet – samen met ons - los door een muur gaat. Misschien zijn we net daar veel zekerder van met Ivan Leko dan met De Boer. Misschien wordt Jordi Vanlerberghe wel één van onze nieuwe helden. Ja, misschien loopt onze vriend Perbet wel een gans seizoen met die fameuze gouden stier achteraan op zijn truitje.

De kans bestaat dat we de dubbel niet pakken dit jaar. En het zal moeten lukken dat Bayern, Juve, Barça en Real ons echt met een bang hart opwachten. Maar als wij elke week vuur en passie op het veld zien, worden we dan niet op onze wenken bediend? Ivan Leko’s Bruges Army …, laat maar komen.